日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘plakken’
日蘭辭典 (trefwoord)
chōfu suru貼附する

(貼付する) t.w. opplakken.

kuttsukuくつつく

i.w. blijven plakken; vastzitten; kleven. ¶ 人にくつついて行く naast iemand loopen.

kuttsukeruくつつける

t.w. (1) [密着] bevestigen; vastmaken. (2) [糊で] vastlijmen; plakken.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plakken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
くっ付く kuttsuku (1) kleven; plakken; vastzitten aan; vast blijven zitten aan; [鍋に] aanbakken; aankoeken; aanzetten; vastbakken; zich vastzetten; (2) dicht bij iets staan; zich dicht bij iets bevinden; tegen iets aangeleund staan; dicht bij elkaar staan; (3) intiem worden; een intieme relatie aanknopen met
こびり着く kobiritsuku blijven vastzitten; vast blijven (zitten) aan; op; bijblijven; plakken; vastkleven; kleven; zich vastzetten; zich vasthechten; aanhangen; [固まって] aankoeken
付く;附く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen;litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen;gewoonte;naam;idee enz.] krijgen; [energie;kennis;ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact;connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen;infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper;duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
張り付ける;貼り付ける haritsukeru aanplakken; opplakken; plakken; kleven; [掲示を] aanslaan; [mil.] posteren; [mil.] stationeren; [mil.] post doen vatten
接着する setchakusuru (1) aaneenlijmen; aan elkaar lijmen; samenlijmen; verlijmen; kitten; plakken; aaneenplakken; met lijm aan elkaar hechten; (2) met lijm vastmaken; vastlijmen; vastkleven; vastplakken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.65 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'plakken'). 
2005-2026