
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
zettai・絶對
(絶対) zn. volstrektheid v. ¶ 絶對的 volstrekt; absoluut; categorisch. ¶ 絶對零點 absolute nulpunt. ¶ 絶對服從 absolute onderwerping; ¶ 絶對平和政略 politiek van vrede tot elken prijs. ¶ 絶對價値 absolute waarde. ¶ 絶對命令 categorisch bevel. ¶ 絶對禁酒 geheelonthouding. ¶ 絶對多數 volstrekte meerderheid. ¶ 絶對的必要物 volstrekte noodzakelijkheid.
kudaru・下る、降る
i.w. (1) [おりる] afdalen; afstijgen; afstappen (下降); vallen; neerkomen. (2) [命令が] afkomen. (3) [劣る] achterstaan bij; minder zijn dan. (4) [下痢] diarrhee hebben; loslijvig zijn. (5) [降參] zich overgeven; toegeven. (6) [引退] zich terugtrekken; ontslag nemen. (7) [都から田舍に行く] naar buiten gaan; het land op gaan. ¶ 天より下る uit den hemel nederdalen. ¶ 馬背より下る van het paard stijgen. ¶ 命令が下つた het bevel is afgekomen.
kunrei・訓令
zn. instructie v.; bevel o.; lastgeving v. ¶ 訓令する gelasten; bevelen; instrueeren.
kunji・訓示
zn. last m.; lastgeving v.; order v.; bevel o.; instructie v.
kunmei・君命
zn. vorstelijk bevel o.; hoog bevel o.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bevel>
お達し otasshi (1) officiële mededeling; bekendmaking; (2) bevel; verordening; besluit; beschikking
令状 reijō (1) [jur.] bevelschrift; bevel; lastbrief; mandaat; (2) [jur.] akte; exploot; titel
令 rei (1) bevel; order; (2) regel; wet; (3) [Meiji-periode] gouverneur; prefect (1871-1886); (4) [Kamakura-periode] subhoofd van het Mandokoro 政所; (5) [ritsuryō] kwartiermeester; wijkmeester; buurtmeester; (6) [Chin.gesch.] gouverneur; prefect; (a) opdragen; bevelen; order; (b) regel; wet; (c) hoofd; chef; (d) goed; gelukkig; (e) [uit respect voor andermans familie]
仰せ ōse (1) [hon.] instructie; bevel; commando; wens; (2) [hon.] wat een meerdere zegt; wat u zegt
医者の命令 ishanomeirei bevel; advies van de dokter; doktersadvies; doktersvoorschrift
号令 gōrei bevel; commando; commandowoord; instructie; order; gebod; opdracht
号令する gōreisuru (het) bevel; commando geven; bevelen; commanderen; gebieden; instructie(s) geven; instrueren; gelasten; dicteren; een order geven; [w.g.] orderen
司令 shirei (1) [mil.] bevel; commando; leiding; aanvoering; (2) [mil.] commandant; bevelvoerder; bevelhebber; leider; aanvoerder
命令 meirei bevel; order; gebod; verordening; opdracht; lastgeving; decreet; voorschrift; dictaat; beschikking; [wijsb.] imperatief; [comp.] commando; [comp.] instructie; [jur.] injunctie
命 mei (1) leven; (2) bevel; (3) lot; (a) leven; (b) bevelen; bevel; (c) noemen; benamen; (d) naamregister; (e) voorzienigheid; lotsbestemming; (f) doel; doelwit
御意 gyoi (1) [hon.] (uw) gedachte; mening; inzicht; intentie; goeddunken; wil; wens; (2) [hon.] (uw) instructie; aanwijzing; bevel; (3) tot uw orders!; zoals u wenst; zoals u wil; (4) juist!; precies!; inderdaad; net wat u zegt; gelijk heeft u!
指令 shirei bevel; order; opdracht; instructie; gebod; sommatie; last; richtlijn; directief; voorschrift; verordening; [jur.] injunctie; [jur.] aanwijzing (voor advocaat)
指令する shireisuru bevelen; verordenen; gelasten; opdragen; gebieden; commanderen; instrueren; voorschrijven; dicteren; opleggen; bevel; order; opdracht; instructie; last geven
指揮 shiki (1) commando; bevel; leiding; instructie; aanvoering; (2) [muz.] het dirigeren; directie
指揮権 shikiken (1) gezag om te leiden; bevelen; bevel; commando; gezag; zeggenschap; (2) [jur.] injunctierecht
捜索令状 sōsakureijō bevel; bevelschrift tot huiszoeking; huiszoekingsbevel
沙汰 sata (1) keuring; oordeel; vonnis; verdict; [i.h.b.] proces; verhandeling; (2) besluit; instructie; bevel; opdracht; order; lastgeving; (3) bericht; nieuws; informatie; inlichting; mededeling; tijding; (4) affaire; kwestie; incident; (5) gerucht; praatjes
統率 tōsotsu leiderschap; leiding; gezag; bevel; commando; aanvoering
言い付け ītsuke bevel; opdracht; instructie; order; last
言渡し īwatashi (1) [jur.] uitspraak; het uitspreken; wijzing; verdict; het vonnissen; (2) bevel; order; gebod; (3) aankondiging; bericht; melding
達し tasshi (1) officieel bericht; overheidsbericht; mededeling van overheidswege; (2) nota vanwege een meerdere; (3) [Edo-shogunaat] bevel; decreet
Tijd: 1.54 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'bevel').
2005-2026
