日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘plagen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsutsukuつつく
(突く) t.w. (1) [搔廻す] porren; poken. (2) [唆す] aanporren; opstoken. (3) [啄む] pikken. (4) [いぢめる] plagen; pesten. i.w. (5) [仲を裂く] oneenigheid stoken.
kurushii苦しい

bn. (1) [苦痛] pijnlijk; bedroevend. (2) [困難] moeilijk; hard; zwaar. (3) [困窮] ellendig. ¶ 苦しい思をする zich kwellen; zijn hersens pijnigen. ¶ 苦しい仕事 zware taak. ¶ 苦しい境遇 droevige omstandigheden; ellende. ¶ 苦しい立場 vergezochte grap. ¶ 苦しい立場 moeilijke positie. ¶ 苦し紛れに door wanhoop gedreven. ¶ 苦します pijnigen; martelen; plagen; kwellen.

yayu揶揄

zn. spot m.; plagerij v. ¶ 揶揄する plagen.

wazurawashii煩しい

bn. (1) [厄介な] lastig; hinderlijk; ergerlijk. (2) [繁雜な] ingewikkeld; verward. ¶ 煩はす lastig vallen; hinderen; plagen. ¶ 心を煩はす zich ongerust maken; tobben. ¶ 手を煩す last veroorzaken; hinderen. ¶ 御一報を煩はし度い zou u zoo goed willen zijn mij bericht te zenden?

tsutsukuつつく

t.w. (1) [搔廻す] porren; poken. (2) [唆す] aanporren; opstoken. (3) [啄む] pikken. (4) [いぢめる] plagen; pesten. i.w. (5) [仲を裂く] oneenigheid stoken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plagen>
いびる ibiru (1) plagen; treiteren; pesten; sarren; jennen; koeioneren; op de kast jagen; op z'n huid zitten; (2) intimideren; overdonderen; afbekken; (3) stoven
からかう karakau plagen; pesten; voor de gek houden; voor aap zetten; [Belg.N.] voor de aap houden
冷やかす hiyakasu (1) koelen; (2) een loopje nemen; gekscheren met; gekken; dollen met; voor de gek houden; de draak steken met; op de hak nemen; plagen; [Belg.N.;spreekt.] met iems. voeten spelen; (3) [店を] winkelskijken
嘖む sainamu kwellen; folteren; pijnigen; martelen; teisteren; plagen; treiteren
囃す hayasu (1) ritmisch; muzikaal begeleiden; de maat aangeven; slaan; (2) musiceren; muziek maken; muziek beoefenen; (3) plagen; voor de gek houden; uitlachen; bespotten; uitjouwen; uitjoelen; (4) toejuichen; toejubelen; bejubelen; (5) [beurst.] uitbundig aanprijzen; overdreven reclame maken voor; de loftrompet steken over; ophemelen
悩ます nayamasu (1) pijnigen; pijn doen lijden; kwellen; (2) last bezorgen; lastig vallen; [veroud.] belasten; [veroud.] beladen; ontrieven; overlast aandoen; vervelen; hinderen; irriteren; ergeren; plagen
慰む nagusamu (1) milder worden; zich beter voelen; z'n zorgen vergeten; (2) zich vermeien; zich vermaken; zich amuseren; (3) opvrolijken; opbeuren; (4) plagen; spelen met; voor de gek houden; (5) tot z'n speelpop gebruiken; tot speelbal; speeltuig maken
構う kamau (1) letten op; betrokken zijn; zorgen voor; bekommerd zijn om; te maken hebben met; (2) zich bemoeien met; storen; belemmeren; hinderen; raken; kunnen schelen; zich aantrekken; bezorgd zijn over; inzitten over; zich bekommeren om; zich bekreunen om; (3) zorgen voor [iemand]; onderhouden; steunen; (4) plagen; lastig vallen
焦らす jirasu (1) plagen; sarren; treiteren; irriteren; kwellen; tantaliseren; (2) in onzekerheid laten; in het ongewisse laten; ongerust maken
燻す ibusu (1) roken; beroken tegen insecten; fumigeren; uitroken; uitzwavelen; (2) fakkelen; met rookfakkels beroken; (3) oproken; (4) oxideren; bezwavelen; (5) [fig.] plagen; jennen; treiteren; pesten
突つく tsutsuku (1) porren; aanstoten; een por geven; (2) pikken; bikken; (3) aanzetten; opstoken; ophitsen; aansporen; opporren; opjutten; ertoe bewegen; pressen; (4) plagen; jennen; sarren; treiteren; (5) iets aan te merken hebben op; aanmerken; bekritiseren; bevitten; vitten op; hakken op; hakketakken op
苛める;虐める ijimeru (1) pesten; plagen; treiteren; (2) kwellen; onderdrukken; uitzuigen
苦しめる kurushimeru (1) martelen; folteren; kwellen; pijnigen; pijn doen lijden; pijn laten lijden; bedroeven; (2) benauwen; teisteren; bestoken; lastig vallen; [veroud.] beladen; beknellen; storen; vervelen; verdrieten; (3) belasten met; de (lastige) opdracht geven; de uitvoering van iets (vervelends) aan iemand toewijzen; (4) plagen; pesten; sarren; treiteren; judassen
責める semeru (1) verwijten; verwijten maken; verantwoordelijk stellen; ter verantwoording roepen; onder handen nemen; laken; afkeuren; bekritiseren; berispen; hekelen; aan de kaak stellen; op het matje roepen; op de vingers tikken; (2) kwellen; plagen; pijnigen; tormenteren; lastig vallen; tergen; achtervolgen; teisteren; aandringen; pressen; [inform.] drammen; belagen; bestoken; [w.g.] tourmenteren; (3) [馬を] africhten; dresseren; [gew.] beleren; mak maken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'plagen'). 
2005-2026