
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kueki・苦役
zn. (1) [激勞] harde arbeid m.; zwaar werk o. (2) [徵役] dwangarbeid. ¶ 苦役する hard werken; zwaren arbeid verrichten.
kurushii・苦しい
bn. (1) [苦痛] pijnlijk; bedroevend. (2) [困難] moeilijk; hard; zwaar. (3) [困窮] ellendig. ¶ 苦しい思をする zich kwellen; zijn hersens pijnigen. ¶ 苦しい仕事 zware taak. ¶ 苦しい境遇 droevige omstandigheden; ellende. ¶ 苦しい立場 vergezochte grap. ¶ 苦しい立場 moeilijke positie. ¶ 苦し紛れに door wanhoop gedreven. ¶ 苦します pijnigen; martelen; plagen; kwellen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
desu・です
(koppelwerkwoord, beleefde vorm) [tegenwoordige tijd] です desu ben; is; zijn. [verleden tijd] でした deshita was; waren; geweest. [dubitatief] でしょう deshō dat zal wel; zal wel zo zijn. [voortzettende vorm] でして deshite en; doordat. ¶ 私は日本人です。 Ik ben een Japanner. ¶ 以前はタバコを吸い、かなりのヘビースモーカーでした。 Izen wa tabako wo sui, kanari no hebīsumōkā deshita. Voorheen rookte ik en was ik een nogal zware roker. ¶ ねえ、そうでしょう。 Nee, sō deshō. Zo is het toch? (TTC) ¶ 申し訳ありません、明日朝、お取引が難しそうでして…。 Mōshiwake arimasen, ashita asa, o-torihiki ga muzukashisō deshite…. Het spijt mij zeer, maar aangezien morgenochtend zakendoen moeilijk zal zijn... (Twitter)
NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zwaar>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
うんと unto krachtig; uit alle macht; hard; heftig; flink; zwaar; serieus
きつい kitsui (1) intens; sterk; (2) hard; streng; zwaar; (3) strak; nauw; (4) moedig; sterk
こってり kotteri (1) [~した] krachtig; vetrijk; vettig; zwaar; kloek; moeilijk te verteren; machtig; (2) overvloedig; rijkelijk; met een dikke laag; (3) duchtig; flink; fors; stevig
こてんぱん kotenpan helemaal; op krachtige wijze; zwaar; stevig; intens; duchtig; terdege; onbarmhartig; geweldig; bont en blauw
とっても tottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
どっしりした dosshirishita (1) zwaar; stevig; solide; massief; fors; flink; robuust; kloek; fiks; grof; ferm; [uitdr.] van stavast; (2) bedaard; bezadigd; geposeerd; kalm; beheerst; onverstoorbaar; sereen; (3) waardig; statig; deftig
どっしりと dosshirito (1) waardig; statig; deftig; (2) bedaard; bezadigd; geposeerd; kalm; beheerst; onverstoorbaar; sereen; (3) zwaar; stevig; solide; massief; fors; flink; robuust; kloek; fiks; grof; ferm
アージュアス aajuasu moeilijk; zwaar; ingespannen; ijverig
シリアス shiriasu (1) ernstig; serieus; (2) zwaar; gewichtig; ingrijpend
ハード haado (1) hard; (2) vinnig; hevig; zwaar; (3) hard; zwaar; moeilijk; lastig; (4) [comp.] hardware; apparatuur; (5) Hurd
ヘビー hebii (1) krachtinspanning; vlaag van energie; volle kracht; vaart; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
ヘヴィ hevuxi (1) inspanning; krachtinspanning; effort; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; hevig; erg; aanzienlijk; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
健か;強か shitataka (1) geducht; formidabel; geweldig; waar je U tegen zegt; taai; moeilijk; lastig; (2) zwaar; hard; stevig; flink; terdege; duchtig
健かに;強かに shitatakani zwaar; hard; stevig; flink; terdege; duchtig
勤しむ isoshimu hard; zwaar; vlijtig; ijverig; toegewijd; onvermoeid; naarstig; noest werken; zwoegen; [uitdr.] zwoegen en ploegen; beulen; bikkelen; pezen; ploeteren; sappelen; zich afrepen; [Belg.N.] travakken; [inform.] peunen; [inform.] stompen; [Ind.N.] pikeren; [niet alg.] adammen; [niet alg.] bokselen; [niet alg.] kneukelen; [niet alg.] porren; [niet alg.] puggen; [niet alg.] schrooien; [inform.] bavianen; [Barg.] ezelen; [Barg.] pegelen; [Barg.] piezakken
厄介 yakkai (1) last; ongerief; overlast; ongemak; lastpost; moeite; soesa; [veroud.] pijne; bezwaar; [form.] onus; hinder; gehaspel; (2) zorg; hoede; toezicht; oppassing; verzorging; opvang; ontferming [betreft ook de personen of kosten daaraan verbonden]; (3) het leven van; het teren op; klaploperij; parasitisme; biets; (4) persoon ten laste; afhankelijke; tafelschuimer; kostganger; kostgangster; commensaal; inquilien; klaploper; profiteur; parasiet; bietser; (5) yakkai [In de Edo-periode door de pater familias gealimenteerde collaterale bloedverwanten. Bv. zijn jongere broers die op kosten van het ouderlijk huis leefden en als erfgenaam grootgebracht werden.]; (6) lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
厄介な yakkaina lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
厚ぼったい atsubottai dik; lijvig; volumineus; zwaar
厚地 atsuji (1) dikke stof; dik weefsel; dik textiel; (2) [~の] warm; dik; zwaar
厚手 atsude [~の] dik; zwaar; lijvig
厳然たる genzentaru ernstig; zwaar; gezaghebbend; afdoend; peremptoir; [~事実] hard
厳然と genzento ernstig; zwaar; streng; gezaghebbend
喘ぐ aegu (1) hijgen; naar adem snakken; naar lucht happen; puffen; zwaar; gejaagd; snel; sterk ademhalen; zuchten; zwoegen; oefen; [gew.] hechten; [gew.] hijmen; [gew.] poesten; [gew.] poezen; (2) lijden (onder); te lijden hebben; sukkelen; zuchten; gebukt gaan; worstelen (met); zwoegen
大儀 taigi (1) grootschalige hofceremonie; (2) grootse plechtigheid; ceremonie; (3) zaak van gewicht; iets belangrijks; bijzonder voorval; (4) inspannend; zwaar; moeilijk; lastig; bewerkelijk; vervelend; vermoeiend; afmattend; (5) moe; vermoeid; afgemat; lusteloos; mat; (6) bedankt voor de moeite; goed gewerkt; (7) zeer duur
大変 taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
大変な taihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
太い futoi (1) dik; zwaar; fors; vet; flink; (2) [van stem e.d.] diep; vol; zwaar; (3) driest; boud; vermetel; stoutmoedig; (4) brutaal; vrijpostig; schaamteloos; onbeschaamd
太った futotta dik; vet; weldoorvoed; corpulent; mollig; vlezig; gezet; struis; zwaar; zwaarlijvig
強く tsuyoku krachtig; sterk; stevig; op krachtige wijze; intens; fors; zwaar; hard; ferm; duchtig; geducht; nadrukkelijk; met nadruk; met klem; met aandrang; stellig; ten stelligste; [muz.] forte
強度の kyoudono sterk; intens; hooggradig; hoogmatig; zwaar
強烈 kyouretsu zwaar; hard; hevig; sterk; intens; krachtig
恋焦がれる koikogareru (1) zwaar; dodelijk; tot over de oren; smoorlijk verliefd zijn; smoorverliefd zijn; smoor zijn op; (2) smachten naar; snakken naar; hunkeren naar; verlangen naar
息衝く ikizuku (1) ademen; ademhalen; (2) herleven; wederopleven; (3) zuchten; (4) zwaar; ademhalen; hijgen
悩ましげ nayamashige (1) moeilijk; zwaar; hard; lastig; moeizaam; moeitevol; smartelijk; penibel; hachelijk; heikel; netelig; pijnlijk; zorgelijk; (2) sensueel; prikkelend; verleidelijk; verlokkelijk; opwindend; bekoorlijk; aantrekkelijk; seduisant; begeerlijk; (3) sukkelend; sukkelig; kwakkelend; kwakkelig; noodlijdend; kwijnend; verkommerd; gebrekkig; ziekelijk; ziekig
手痛い teitai (1) hevig; zwaar; serieus; geducht; duchtig; (2) pijnlijk; schrijnend; nadelig; schadelijk; nefast
暴飲する bouinsuru stevig; zwaar; erg; overmatig; overdadig drinken; zuipen; duchtig de fles aanspreken; zich aan drank te buiten gaan
染み染み;沁み沁み shimijimi [m.b.t. spijt;leedwezen] diep; [m.b.t. berouw] hevig; [m.b.t. aanvoelen] scherp; intens; zeer sterk; zwaar; ernstig; doorvoelend; doorvoeld; met gevoel; gevoelvol; [m.b.t. luisteren;(be)kijken enz.] goed; door en door; aandachtig
深い fukai (1) diep; dicht; dik; (2) [van gevoelens;gedachten enz.] diep; intens; diepgaand; diepliggend; diepzinnig; grondig; innig; intiem; (3) [van kleuren;aroma's enz.] donker; zwaar; vol
深刻 shinkoku ernstig; zwaar; serieus; acuut; bedenkelijk
深刻な shinkokuna ernstig; zwaar; serieus; acuut
深酒 fukazake overmatig drankgebruik; stevig; zwaar; erg drinken
激しく hageshiku hard; intensief; sterk; stevig; zwaar; flink; fiks; krachtig; hevig; heftig; fel; vurig; vinnig; woest; onstuimig; stormachtig; verwoed; razend; fanatiek; hartstochtelijk; wild; intens; verhit; geducht; duchtig; vehement; geweldig; hels; erg; verschrikkelijk; vreselijk; dat het een aard had; als een gek; van je welste
激闘 gekitou hevige; zware; harde strijd; hevig; zwaar; hard gevecht
激闘する gekitousuru hevig; fel vechten; zwaar; hard strijden; verwoed strijd leveren
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); diep; (2) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; prikkelend; (3) (van soep) dik; (van soep) rijk; (4) (van mist) dicht; (5) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (6) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie,; vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); nabij
熱々 atsuatsu (1) zwaar; razend; waanzinnig; dodelijk; tot over de oren; hartstochtelijk verliefd; smoorverliefd; dolverliefd; smoor; stapel; (2) [cul.] gloeiend; kokend; stomend heet
熾烈 shiretsu fel; hevig; zwaar; hard; vinnig; heftig; scherp; bits
猛烈 mouretsu hevig; heftig; intens; sterk; zwaar; hard; geweldig; krachtig; stormachtig; wild; fel; verwoed; vurig; verhit; verschrikkelijk; vreselijk; ontzettend; ontzaglijk
猛烈な mouretsuna hevig; heftig; intens; sterk; zwaar; hard; geweldig; krachtig; stormachtig; wild; fel; verwoed; vurig; verhit; verschrikkelijk; vreselijk; ontzettend; ontzaglijk
猛烈に mouretsuni (1) hevig; heftig; verwoed; intens; uiterst; geweldig; keihard; hard; zwaar; krachtig; fel; vinnig; vurig; energiek; zeer fanatiek; furieus; onwijs; buitengewoon; als een bezetene; dat het een aard heeft; als geen ander; als de bliksem; als een gek; dolle; uit alle macht; (2) vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; afschuwelijk; geweldig; erg; ontstellend
甚だしい hanahadashii zwaar; enorm; geweldig; van je welste; grof [bv. vergissing]; schromelijk; flagrant; intens; fel; bar; vehement; hevig; hard; streng [bv. koude]; ernstig; kapitaal; extreem; razend
痛手を負う itadewoou (1) een zware verwonding oplopen; ernstig gewond raken; zwaar; ernstig letsel oplopen; (2) [fig.] een harde klap krijgen; zware; harde slag krijgen; een opdoffer krijgen; een gevoelige; lelijke knauw krijgen
苦しい kurushii (1) pijnlijk; bedroevend; (2) moeilijk; hard; zwaar; (3) onhandig; lastig; gênant; pijnlijk; netelig; hachelijk; (4) ellendig; ebarmelijk; armzalig; gebrekkig; rampzalig; (5) (van een lach) geforceerd; gemaakt; niet van harte gaand; (6) (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) vergezocht; (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) er van verre bij gehaald; onlogisch; irrationeel
荒稼ぎ arakasegi (1) grof inkomen; geld; [i.h.b.] vuil geld; inkomen verkregen uit oneerlijke broodwinning; afpersing; roof; (2) groot financieel succes; woekerwinst; (3) zwaar; ruw werk; gezwoeg; geploeter; harde arbeid; hard labeur; (4) [sportt.] enorm grote overwinning; monsterzege
荷重 niomo (1) zwaar; (2) [~な役目] zwaarlastig; drukkend; loodzwaar
諄い kudoi (1) vervelend; saai; langdradig; wijdlopig; breedvoerig; breedsprakerig; (2) lastig; vermoeiend; (3) opdringerig; de neiging hebbend zich aan anderen op te dringen; (4) zwaar; niet luchtig; (5) (van kleur) opzichtig; (van kleur) schreeuwerig
辛い tsurai (1) hard; wreed; bar; (2) moeilijk; zwaar; hard; lastig; [m.b.t. tijden] benard; pittig; [m.b.t. ervaring] bitter; pijnlijk
辛 shin (1) [Chin.astrol.] xīn [= achtste teken van de tien hemelse stammen]; (a) pikant; (b) zwaar; pijnlijk; (c) [Chin.astrol.] xīn; (d) ternauwernood; op het nippertje
迚も totemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk [overdreven enz.]; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; verschrikkelijk [slecht enz.]; afschuwelijk [vervelend enz.]; ijzig [kalm enz.]; bar [vervelend enz.]; stom [vervelend enz.]; criant [vervelend enz.]; gruwelijk [vervelend enz.]; bitter [arm enz.]; crimineel [koud enz.]; gruwzaam [kil enz.]; fantastisch [goedkoop enz.]; geweldig [goed enz.]; ontiegelijk [rijk enz.]; gemeen [koud enz.]; drommels [goed enz.]; verdomd [handig enz.]; machtig [mooi enz.]; duivels [ingewikkeld enz.]; verbazend [veel enz.]; ijselijk [lelijk enz.]; verduiveld [aardig enz.]; mirakels [gelukkig enz.]; allemachtig [interessant enz.]; formidabel [goed enz.]; ellendig [heet enz.]; moorddadig [goed enz.]; reusachtig [aardig enz.]; reuze [veel enz.]; ontzaglijk [veel enz.]; vervaarlijk [groot enz.]; kolossaal [groot enz.]; onwijs [hard enz.]; enorm; schreeuwend [duur enz.]; stinkend [jaloers enz.]; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt [warm enz.]; [~少ない] bedroevend; (2) geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet [i.c.m. negatie]
酷 koku (1) hard; cru; wreed; zwaar; streng; scherp; fel; vinnig; (a) streng; wreed; erg; (b) hevig; fel
酷い hidoi (1) wreed; hard; verschrikkelijk; gruwelijk; enorm; ontzettend; vreselijk; onmenselijk; slecht; gemeen; duivels; donders; heidens; verduiveld; verduveld; verdomd; deksels; drommels; [気分が] bedonderd; beroerd; belabberd; (2) erg; guur; [~寒さ] bitter; bar; zwaar; flink; hevig; geweldig; [~発言] straf; van je welste; [~批評] scherp
重い omoi (1) zwaar; veel wegend; niet licht; (2) gewichtig; belangrijk; ernstig; serieus; (3) [罰が] streng; zwaar; (4) zwaarmoedig; bezwaard; gedrukt; bedrukt; neerslachtig; gedeprimeerd; (5) kritiek; hachelijk; precair; [病気が] gevaarlijk; moeilijk; [お産が] lastig; (6) [口が] zwijgzaam; niet spraakzaam; stil; niet mededeelzaam
重くなる omokunaru (1) zwaar; zwaarder worden; (2) verergeren; verslechteren; ernstiger; kritieker worden
重たい omotai (1) zwaar; lastig; (2) bedrukt; zwaarmoedig; somber; gedrukt; neerslachtig; niet lichthartig; niet opgewekt; niet vrolijk
重大 juudai zwaar; ernstig; belangrijk; serieus; groot; zwaarwegend; gewichtig; van levensbelang; kritiek; cruciaal; aanzienlijk; aanmerkelijk; erg
重度 juudo [~の] zwaar; ernstig
重苦しい omokurushii beklemmend; benauwend; drukkend; deprimerend; zwaar
重 chou (a) zwaar; (b) belangrijk vinden; respecteren; (c) niet lichtzinnig zijn; (d) overlappen
難しい muzukashii (1) misnoegd; ontstemd; nors; stuurs; grimmig; bedrukt; somber; ernstig; (2) moeilijk; vervelend; lastig; hard; zwaar; heel [bv. hele klus]; (3) ernstig; kritiek; zwaar; bedenkelijk; precair; (4) ingewikkeld; gecompliceerd; complex; netelig; delicaat; (5) ongemakkelijk [karakter]; streng; strikt; lastig; hard; moeilijk te voldoen; kieskeurig; veeleisend
難儀 nangi (1) leed; lijden; nood; penarie; ontbering; tegenspoed; tegenslag; beproeving; narigheid; netelige situatie; lastig parket; (2) moeilijkheden; problemen; last; zorg; moeite; (3) iets belangrijks; serieuze zaak; (4) moeilijk; zwaar; hard; lastig; problematisch; vermoeiend; afmattend; benard
骨の折れる honenooreru zwaar; hard; moeilijk; pittig; lastig; taai; inspannend; afmattend; vermoeiend; moeizaam; slopend; veeleisend
鯨飲する geiinsuru zwaar; stevig; gretig drinken; met grote teugen drinken; drinken als een tempelier; beest; spons; ketter; zwelgen; zuipen; hijsen
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 72 treffers (zoekopdracht: 'zwaar').
2005-2026
