
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <splitsen>
両断する ryōdansuru halveren; in helften verdelen; in tweeën delen; snijden; in twee gelijke delen verdelen; splitsen
二分する nibunsuru in tweeën delen; halveren; splitsen
分かつ wakatsu (1) scheiden; delen; opdelen; splitsen; (2) uitdelen; verdelen; verspreiden; ronddelen; distribueren; (3) onderscheid maken; onderscheiden; uit elkaar houden; onderkennen; het verschil zien tussen
分ける wakeru (1) zich baan breken; een weg breken; doorbreken; (2) scheiden; delen; verdelen; opdelen; splitsen; uitsplitsen; uit elkaar halen; afbreken; (3) uitdelen; verdelen; distribueren; ronddelen; omdelen; (4) indelen; afdelen; sorteren; classificeren; ordenen; (5) uitmaken; onderscheiden; onderkennen; het verschil zien; (6) [sportt.] gelijkspelen; remiseren
分割する bunkatsusuru delen; verdelen; (in delen) splitsen; divideren; verkavelen; opdelen; opsplitsen
分裂する bunretsusuru (zich) splitsen; splijten; opsplitsen; uiteenvallen; barsten; splitten; desintegreren; versnipperen
分離する bunrisuru afzonderen; scheiden; separeren; segregeren; isoleren; (zich) afscheiden; (zich) afsplitsen; (zich) splitsen; zich afscheuren; [geneesk.;m.b.t. dood weefsel] sekwestreren
切り離す kirihanasu afsnijden; afknippen; afhakken; afkappen; doorknippen; afsplitsen; afscheiden; scheiden; splitsen; losmaken
割る waru (1) breken; doorsnijden; hakken; splijten; [hout] kloven; splitsen; klieven; rijten; [m.b.t. noten] kraken; [m.b.t. ertsen] versplinteren; (2) verdelen; portioneren; uitdelen; (3) tussenbeide komen; (4) [rekenk.] delen; (5) aanlengen; verdunnen; dilueren; versnijden; (6) [z'n hart] ontsluiten; (7) lager uitkomen dan; zakken onder; (8) overschrijden
区分する kubunsuru (1) verdelen; splitsen; in delen scheiden; indelen; (2) afzonderen; isoleren; (3) classificeren; ordenen; sorteren; rangschikken in klassen
核分裂する kakubunretsusuru [nat.] atoomsplitsing; kernsplitsing; atoomsplijting; kernsplijting ondergaan; splijten; splitsen
裂く;割く saku (1) scheuren; verscheuren; rijten; openrijten; splijten; splitsen; kloven; klieven; doorklieven; [i.h.b.] scheiden; (2) [m.b.t. hart] kwellen; verdriet doen
裂開する rekkaisuru (1) opensplijten; openbarsten; openscheuren; scheuren; splitsen; (2) [delfst.] splijten; (3) [plantk.] openspringen
Tijd: 1.57 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'splitsen').
2005-2026
