日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘genoegen’
日蘭辭典 (trefwoord)
amanzuru甘んずる
i.w. genoegen nemen met; zich tevreden stellen met.
asobigatera遊びがてら
bw. voor (zijn) pleizier; voor (zijn) genoegen; uit liefhebberij.
akirameru諦る
(諦める) i.w. berusten in; genoegen nemen met; zich neerleggen bij; (放棄) hoop opgeven; hoop laten varen.
tanoshimi

(楽) (楽しみ) zn. (1) [愉快] vreugde v.; genot.; genoegen o. (2) [娯樂] vermaak o.; pleizier o.; pret v. (3) [幸福] geluk o. ¶ 樂む genieten van; vreugde scheppen in; zich vermaken met; zich verheugen over.

goraku娯樂

(娯楽) vermaak o.; plezier o.; genoegen o. ¶ 娯樂的 vermakelijk; amusant. ¶ 娯樂室 recreatie-zaal

ureshii嬉しい
bn. blijde; heugelijk; vroolijk; aangenaam. ¶ 嬉しい消息 goed nieuws; blijde tijding; heugelijk bericht. ¶ 嬉しいことには tot mijn vreugde; tot mijn genoegen; gelukkig. ¶ 嬉しくて van vreugde; van blijdschap.
kyō

zn. vermaak o.; pleizier o.; genoegen o.; vroolijkheid v.; belangstelling (興味) v. ¶ 興を醒す het pleizier bederven. ¶ 興に入る pleizier krijgen; schik hebben; zich amuseeren. ¶ 仕事に興が乗る pleizier hebben in zijn werk; belangstellen in zijn werk. ¶ 興を催す aangenaam bezighouden; vermaken; amuseeren.

yūran遊覽

(遊覧) zn. pleiziertocht m.; uitstapje o.; reis v. ¶ 遊覽地 geliefde streek voor toeristen. ¶ 遊覽する pleizierreis maken; voor zijn genoegen op reis zijn. ¶ 遊覽案內 gids; reisgids. ¶ 遊覽切符 excursiebiljet; rondreisbiljet. ¶ 遊覽客 toerist; pleizierreiziger. ¶ 遊覽列車 pleiziertrein. ¶ 遊覽船 pleizierjacht; excursieschip.

yorokobashii喜ばしい
yorokobu喜ぶ

i.w. blijde zijn; zich verheugen; t.w. genieten. ¶ 喜んで met genoegen; gaarne; ¶ 心から喜ぶ hartelijk blijde zijn; zich van harte verheugen. ¶ 彼の成功を喜ぶ ik verheug mij over zijn succes; ik ben blij, dat hij geslaagd is. ¶ 喜んで迎へる hartelijk verwelkomen.

yorokobi

(喜び) zn. vreugde v.; blijdschap o.; genoegen o.; genot o. ¶ 御喜を申す gelukwenschen; feliciteeren. ¶ 喜事 heuglijke gebeurtenis; blijde tijding.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <genoegen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ジョイ joi vreugde; plezier; genoegen
享楽 kyouraku genot; plezier; lust; genoegen; genieting; geneugte
喜び yorokobi (1) vreugde; blijdschap; plezier; genoegen; behagen; genot; lust; vermaak; blijheid; welgevallen; (2) blijde gebeurtenis; blijdschap; (3) gelukwens; felicitatie; heilwens
嗜好 shikou smaak; voorkeur; genoegen; meug; [Belg.N.;spreekt.] goesting
如意 nyoi (1) gerief; genoegen; voldoening; gaan zoals men het zou willen; naar hartenwens gaan; z'n zin krijgen; bereiken wat men nastreeft; (2) [boeddh.] anuruddha [= soort van ceremoniële scepter]
娯楽 goraku (1) vermaak; plezier; genoegen; (2) recreatie; ontspanning; afleiding; verpozing; tijdverdrijf; (3) hobby; liefhebberij
嬉しさ ureshisa geluk; blijdschap; blijheid; genoegen; verheugenis; vreugde
快感 kaikan aangenaam; behaaglijk; lekker gevoel; lustgevoel; genoegen; genot; welgevallen
快楽 kairaku genoegen; geneugte; plezier; genot
kai (1) welbevinden; genoegen; behagen; genot; plezier; (a) aangenaam; fijn; (b) snel; (c) scherp; (d) ziekteherstel
悦に入る etsuniiru zich verheugen (in; over); zich vergenoegen (met); genoegen; behagen scheppen in; prettig vinden; genieten van; plezier hebben (in); in de wolken zijn (met); opgetogen zijn (over); verrukt zijn (over; van); zich verkneukelen (in)
愉快 yukai (1) aangenaamheid; behagen; genoegen; genot; vermaak; behaaglijkheid; vreugde; plezier; schik; pret; aardigheid; leukheid; welgevallen; welbehagen; verblijding; jolijt; (2) aangenaam; prettig; plezierig; leuk; fijn; plezant; genoeglijk; genietelijk; vermakelijk; goed; aardig; jolig; welgevallig; behaaglijk; weldadig; leutig
愉悦 yuetsu vreugde; genoegen; genot; plezier; behagen
楽しみ;愉しみ;楽 tanoshimi (1) plezier; pret; vreugde; vermaak; amusement; aardigheid; leukheid; genot; geneugte; schik; lust; genoegen; behagen; [veroud.] verlustiging; leut; (2) verwachting; hoop; blijdschap; [form.] verheugenis; verheuging; dat waar iem. naar uitkijkt; uitziet
満足 manzoku (1) tevredenheid; genoegen; voldoening; satisfactie; bevredigdheid; genoegzaamheid; genoeglijkheid; vergenoegdheid; voldaanheid; (2) genoegdoening; bevrediging; vervulling; vergenoeging; (3) voldoening schenkend; bevredigend; tevredenstellend; voldoende; genoegzaam; genoeg; toereikend; sufficiënt; adequaat; fatsoenlijk; behoorlijk; (4) compleet; intact; perfect; volschapen
納まる osamaru (1) bezorgd worden; besteld worden; geleverd; afgeleverd worden; (2) gesetteld raken; rust vinden; zich thuis gaan voelen; ingewerkt raken; (3) verdragen; slikken; nemen; pikken; genoegen; vrede nemen
興じる kyoujiru zich vermaken met; zich amuseren met; zich vermeien in; genoegen; vermaak vinden in; zich verlustigen in; genoegen scheppen in
面白く omoshiroku (1) genoeglijk; aangenaam; gemoedelijk; met plezier; genoegen; (2) koddig; grappig; vermakelijk; amusant; (3) geïnteresseerd; belangstellend; vol interesse
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.71 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'genoegen'). 
2005-2026