RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <volgorde>
コース kōsu (1) route; reisweg; vaarweg; koers; (2) koers; beleid; politiek; policy; (3) volgorde; rangorde; orde; rangschikking; (4) [sportt.] baan; piste; (5) cursus; studiecursus; leergang; (6) gang; onderdeel van een maaltijd; onderdeel van een menu; (7) [maatwoord voor banen;pistes]
序列 joretsu rangorde; rang; orde; hiërarchie; pikorde; volgorde
後先 atosaki (1) [~に] voor en na; vooraf en achteraf; voordien en nadien; (2) [~に] voor en achter; voor- en achterop; erachter en ervoor; (3) context; voorgeschiedenis en consequenties; (4) volgorde
手順 tejun (1) volgorde; orde; (2) plan; schikking; regeling; voorzorgen; (3) procédé; methode; procedure; werkwijze
次第 shidai (1) volgorde; programma; (2) omstandigheden; toedracht; (3) volgens ~; naar ~; op ~; al naargelang (van); afhankelijk (zijn) van; het ligt aan ~; het is aan ~; afhangen van; (4) zodra (als); zo gauw; meteen (als; toen ~); direct bij ~; na ~ [i.c.m. ren'yōkei van een dōshi]
次 ji (1) [veroud.] volgorde; rangorde; (2) volgend; eerstvolgend; eerstkomend; aanstaand; naast; (3) [chem.] [= duidt aan dat het oxidatiegetal substandaard is]; (4) [maatwoord voor frequentie;aantal keren;volgorde;rangorde;graad]; (a) volgen; volgend; tweede; (b) volgorde; rangorde; (c) onderweg; halverwege; (d) aantal keren; frequentie; (e) verblijven; verblijfplaats; (f) sterrenbeeld; constellatie
殿 shingari (1) [mil.] achterhoede van een terugtrekkend leger; achtertroep; (2) laatste positie in een rangorde; volgorde; klassement; hekkensluiter; heksluiter; rode lantaarn
番 ban (1) volgorde; rangorde; orde; plaatsing (in een volgorde); plaats; (2) beurt; speelbeurt; (3) nummer; nr.; (4) wacht; het waken; het oppassen; bewaking; hoede; uitkijk; waak; [arch.] wake; (5) dienst; werkbeurt; (6) wacht; bewaker; hoeder; wachter; oppasser; (7) partij; spel; wedstrijd; rondje; potje
順位 jun'i volgorde; rangorde; ranking
順序 junjo (1) orde; volgorde; (2) voorgeschreven verloop; procedure
順番 junban (1) beurt; toerbeurt; tijd; (2) orde; volgorde; rangorde
順 jun (1) orde; volgorde; rangorde; (2) gewone; reguliere orde; juiste volgorde; (3) volgzaam; gedwee; mak; meegaand; dociel; gewillig; inschikkelijk; gehoorzaam; gezeglijk; onderdanig; soumis