
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ateru・あてる
(当てる・當てる) t.w. (1) [命中] raken; treffen. (2) [充當] toewijzen. (3) [曝す] blootstellen aan. (4) [宛に出す] richten tot; adresseeren aan. (5) [解く] raden; gissen. (6) [病氣にする] ziek maken; vergiftigen. (7) [火に當てる] warmen; verwarmen. (8) [成功する] i.w. slagen. (9) [適用する] toepassen; aanwenden. ¶ うまくあてられた goed geraden. ¶ 穴に補布をあてる een stuk inzetten; een scheur herstellen. ¶ 鑛脈に堀り當てる een ader treffen.
yashinau・養ふ
(養う) t.w. (1) [養育] verzorgen; grootbrengen; opvoeden. (2) [給養] onderhouden; i.w. in het onderhoud voorzien van; den kost verdienen voor. t.w. (3) [飼ふ] houden. i.w. (4) [飼養] eten geven; t.w. voeden. t.w. (5) [精神を] kweeken; cultiveeren. ¶ 病を養ふ herstellen; voor zijn gezondheid zorg dragen.
ii・善、好、良、宜い
bn. (1) [良い] goed. (2) [美い] mooi; fraai. (3) [香、味] lekker; aangenaam. (4) [比較して] beter; verkieselijk. i.w. (5) [許可] mogen. telw. (6) [十分] genoeg. ¶ いい事を話して上げよう ik heb je goed nieuws te vertellen. ¶ 彼女は仲々姿がいい zij is een mooi meisje. ¶ 天氣がいい het is mooi weer; het is lekker weer. ¶ 此の花は香が良い deze bloem ruikt lekker. ¶ 氣持ちが好い ik voel mij lekker; ik ben goed geluimd. ¶ 今朝は氣持ちが少し良い ik voel me wat beter van morgen. ¶ 僕は梨子より林檎の方が好い ik houd meer van appels dan van peren. ¶ 彼が早く癒ればいい ik hoop, dat hij gauw beter wordt. ¶ 君は何時行ってもいい ge moogt gaan, wanneer ge wilt. ¶ 笑ったっていいぢゃないか waarom zou ik niet lachen?; mag ik soms niet lachen? ¶ 何かそれに良い藥はありませんか is daar een geneesmiddel tegen?; is er een middel, dat daar goed voor is? ¶ 明日は來なくてもいい je behoeft morgen niet te komen; niet noodig, dat je morgen komt. pp それは無くてもいい het is niet noodig; ik heb het niet noodig. ¶ それでいい laat maar; het is al genoeg.
hoshū・補修
zn. herstelling v.; restauratie v. ¶ 補修する herstellen; restaureeren. ¶ 壁畫を補修する muurschildering restaureeren.
tadasu・正す
t.w. corrigeeren; verbeteren; in orde maken. ¶ 時計を正す klok gelijk zetten.
kyūyō・休養
zn. rust v.; recreatie v.; ontspanning v. ¶ 休養する rust nemen; uitrusten; op zijn verhaal komen; zich herstellen. ¶ 休養室 recreatiezaal; ontspannings-lokaal.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <herstellen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
伏せる fuseru (1) omkeren; omgekeerd; ondersteboven leggen; (2) [身を] voorover gaan liggen; [目を] neerslaan; naar beneden richten; (3) verhullen; verbergen; verhelen; [兵を] verdekt opstellen; (4) vellen; horizontaal richten; (5) verbergen; helpen onderduiken; (6) [衣類を] verstellen; herstellen; repareren; (7) neerliggen; [i.h.b.] geveld zijn (door ziekte); het bed houden
休む;息む yasumu (1) uitrusten; rusten; pauzeren; pauze houden; uitblazen; uitpuffen; op adem komen; rust houden; pozen; verpozen; er [een uurtje] uit breken; (2) slapen; gaan slapen; naar bed gaan; zich ter ruste begeven; zich te bed begeven; zich te bed leggen; zich ter ruste leggen; onder de wol kruipen; zijn bed opzoeken; het bed in rollen; erin duiken; erin gaan; [veroud.;bijbelt.] zich bedden; (3) wegblijven van; niet aanwezig zijn; niet verschijnen; niet bijwonen; afwezig zijn; absent zijn; niet opdagen; [m.b.t. een les] laten vallen; [m.b.t. een college] missen; [m.b.t. een les] overslaan; ontbreken [op de vergadering]; thuis blijven; vrijaf nemen; vrij nemen; een vrije dag opnemen; er even tussenuit gaan; [gezegd van winkel] gesloten zijn; [学校を] de school verzuimen; van school wegblijven; niet naar school gaan; zijn kat sturen; spijbelen; flansen; [Belg.N.] brossen; (4) [werk] onderbreken; [zijn werk] afbreken; neerleggen; ophouden [met werken]; stoppen; uitscheiden met; (af)nokken met; beëindigen; kappen; [zijn activiteiten tijdelijk] staken; tijdelijk een eind maken aan; (5) tot stilstand komen; ophouden; stilstaan [b.v. machines]; braak liggen; buiten bedrijf zijn; (6) herstellen [van een ziekte]; genezen; er weer bovenop komen; herstellen; weer bijkomen; de oude worden; weer gezond worden; aansterken
休養する kyuuyousuru (1) uitrusten; rust nemen; (2) herstellen
修める osameru (1) studeren; oefenen; aanleren; zich eigen maken; zich bezighouden met; volgen; (2) bijwerken; bijschaven; schaven aan; beschaven; vervolmaken; ontwikkelen; vormen; cultiveren; (3) repareren; herstellen; corrigeren; verbeteren; beteren
修復する shuufukusuru restaureren; herstellen
修正する shuuseisuru verbeteren; corrigeren; wijzigen; modificeren; herstellen; emenderen; rectificeren; rechtzetten; bijwerken; herzien; redresseren; [i.h.b.] amenderen; [i.h.b.;fig.] bijsturen
修理する shuurisuru repareren; herstellen; maken; nazien; kalfaten; opknappen; opnieuw in goede staat brengen; [uitdr.] op de helling nemen
修繕する shuuzensuru herstellen; repareren; maken; opknappen; opnieuw in goede staat brengen; nazien; [uitdr.] op de helling nemen; [靴を] verstellen; lappen; [網;釜を] boeten
修 shuu (a) studeren; leren beheersen; zich meester zijn; (b) herstellen; repareren; (c) mooi maken; versieren; (d) redigeren; compileren; (e) plechtig vieren; celebreren
再興する saikousuru doen heropleven; doen herleven; opnieuw tot bloei brengen; doen wederopbloeien; opnieuw tot leven wekken; wederopwekken; restaureren; herstellen; herontwikkelen
回復させる kaifukusaseru herstellen; op de been helpen; er bovenop helpen; doen opleven; restaureren; terugbrengen; [意識を] weer tot bewustzijn brengen; bijbrengen; doen bijkomen; [名誉を] rehabiliteren
回復する kaifukusuru (1) herstellen; terug op krachten komen; aansterken; bekomen; (2) herstellen; terug op krachten brengen
弥 bi (a) zich uitbreiden; zich verspreiden; (b) herstellen
復する fukusuru (1) terugkeren; hersteld worden; zich herstellen; terugvallen; (2) terugbrengen; herstellen; (3) rapporteren over een volbrachte missie; (4) herhalen; repeteren
復古する fukkosuru (1) herstellen; restaureren; doen herleven; weer in gebruik doen komen; repristineren; (2) hersteld; gerestaureerd worden; herleven; weer in gebruik komen; repristineren; terugkeren naar een vroegere toestand
復興する fukkousuru (1) heropleven; herleven; wederopbloeien; herrijzen; een comeback maken; (2) wederopwekken; reconstrueren; heropbouwen; wederopbouwen; restaureren; herstellen; weer tot bloei brengen
復調する fukuchousuru (1) herstellen; weer de oude worden; z'n gezondheid terugkrijgen; (2) [techn.] demoduleren
快気する kaikisuru genezen; herstellen; recupereren; gewond worden; opknappen; opmonteren; bijkomen
手入れする;手入する teiresuru (1) verbeteren; de kwaliteit; waarde vermeerderen; in orde brengen; bewerken; bijschaven; onder handen nemen; repareren; [m.b.t. tuin] onderhouden; verzorgen; netjes maken; opknappen; fatsoeneren; herstellen; een (onderhouds)beurt geven; [i.h.b.] bijknippen; [i.h.b.] trimmen; (2) [m.b.t. politie] een overval uitvoeren op; een razzia houden; binnenvallen; een inval doen
挽回する bankaisuru herwinnen; terugwinnen; terugkrijgen; terugvinden; rehabiliteren; herstellen; [econ.] aantrekken; [m.b.t. verloren tijd e.d.] inhalen
改修する kaishuusuru herstellen; repareren; verbeteren; opknappen; oplappen; restaureren; verstellen
是正する zeseisuru corrigeren; verbeteren; rechtzetten; rectificeren; herstellen; bijstellen; weer in orde brengen; redresseren
正す tadasu (1) verbeteren; corrigeren; rechtzetten; rectificeren; goedmaken; (2) weer in orde brengen; herstellen; beteren; rechten; rechtbuigen; rechttrekken; fatsoeneren; (3) [是非を] toetsen; nagaan; onderzoeken; beproeven
療養する ryouyousuru (1) medisch behandeld; verzorgd worden; geneeskundige behandeling ondergaan; dokteren; (2) herstellen; recupereren
直す naosu (1) [m.b.t. fout] goedmaken; herstellen; [pregn.] maken; redresseren; corrigeren; verbeteren; ophalen; rechtzetten; rechttrekken; rechtbreien; rectificeren; in de juiste stand zetten; in orde brengen; opknappen; bijwerken; [een euvel;gebrek e.d.] verhelpen; [zich;iem. een gewoonte enz.] afleren; afhelpen (van); (2) herstellen; repareren; maken; opknappen; helen; kalfaten; kalfateren; (3) wijzigen; veranderen; herzien; hervormen; omzetten; transponeren; ombuigen; omschakelen; converteren; omwisselen; (4) vertalen; overbrengen; overzetten; (5) verheffen tot; transcenderen; doen rijzen tot; promoveren tot; (6) opnieuw ~; nog eens ~; van voren af aan ~; over-; her-; re-; om- [aangesloten op de ren'yōkei van dōshi]
継ぐ tsugu (1) opvolgen; erven; overerven; beërven; overnemen; voortzetten; vervolgen; (2) weer vullen; bijvullen; aanvullen; erbij doen; toevoegen; [m.b.t. opmerking] aanhaken bij; (3) verstellen; herstellen; repareren; oplappen
綴る tsuzukuru (1) verstellen; oplappen; herstellen; repareren; (2) opstellen; schrijven
繕う tsukurou (1) herstellen; repareren; maken; verstellen; oplappen; lappen; stoppen; opkalefateren; (2) in orde brengen; rechttrekken; fatsoeneren; (3) verbloemen; verdoezelen; [体裁を;手前を] redden
補う oginau (1) [een tekort;een gebrek etc.] aanvullen; opvullen; herstellen; (2) (schade) vergoeden; terugbetalen; schadeloosstellen; compenseren; restitueren
補修する hoshuusuru herstellen; repareren; opknappen
賠償する baishousuru vergoeden; schadeloosstellen; (weer) goedmaken; bonificeren; herstellen; compenseren; dekken; redresseren; restitueren; indemniseren; voldoen; voldoening geven
Tijd: 1.6 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'herstellen').
2005-2026
