日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘waard’
日蘭辭典 (trefwoord)
zenime錢目

(銭目) zn. waarde v.; prijs m. ¶ 錢目ある waardevol; kostbaar.

zaimotsu財物

zn. artikelen van waarde; geld en goed.

yūkō有效

(有効) zn. uitwerking v.; nuttig effect o.; waarde v. ¶ 有效になる uitwerking hebben; resultaat hebben. ¶ 有效な nuttig; effectief; van waarde; geldig; bruikbaar. ¶ 有效な契約 geldig contract. ¶ 有交期間 geldigheidsduur.

yūka有價

(有価) zn. waarde v. ¶ 有價の waardevol; verkoopbaar. ¶ 有價物 dingen van waarde.

yadoya宿屋

zn. hotel o.; logement o.; herberg v. ¶ 宿屋をする een hotel houden. ¶ 宿屋の主人 hotelhouder; herbergier; waard.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <waard>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
亭主 teishu (1) eigenaar; waard; (2) man; echtgenoot; (3) gastheer
宿主 yadonushi (1) waard; herbergier; kastelein; (2) heer des huizes; meester; [w.g.] huisheer; (3) [biol.] gastheer
干潟 higata bij eb droogvallend strand; bol; waard; [gew.] blets
御主人;ご主人 goshujin (1) echtgenoot; man; huwelijkspartner; (2) gezinshoofd; het hoofd van een huishouden; huisvader; pater familias ; (3) gastheer; gastvrouw; heer des huizes; vrouw des huizes; (4) werkgever; persoon die werkkrachten in dienst heeft; baas; chef; meerdere; (5) uitbater; eigenaar; winkelier; winkelhouder; hotelhouder; waard; kastelein
河原 kawara (1) rivierbank; waard; buitenwaard; uiterwaard; (2) Kawara [= rivierbank van de Kamo te Kioto]
親父;親仁 oyaji (1) pa; vader; ouweheer; ouwe heer; ouwe; (2) ouwe; vadertje; oude man; (3) baas; chef; ouwe; waard
親父 yajio (1) pa; vader; ouweheer; ouwe heer; ouwe; (2) ouwe; vadertje; oude man; (3) baas; chef; ouwe; waard
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'waard'). 
2005-2026