RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kiezen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
ダイヤルする daiyarusuru [telef.] kiezen; [i.h.b.] een nummer draaien; [oneig.] bellen; [oneig.] telefoneren
ピックアップする pikkuappusuru oppikken; kiezen; uitkiezen; selecteren
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) boeken; reserveren; vastleggen; (11) innemen; bezetten
吟味する ginmisuru (1) toetsen; onderzoeken; nagaan; onder de loep nemen; nakijken; testen; beproeven; aan een toets; test; proef onderwerpen; een onderzoek instellen naar; keuren; (2) kiezen; zorgvuldig selecteren; uitkiezen; uitzoeken
抜擢する battekisuru uitkiezen; uitpikken; selecteren; kiezen
採る toru (1) [een bep. houding;allure enz.] aannemen; [m.b.t. idee] overnemen; adopteren; invoeren; [fig.] zich aanmeten; (2) [m.b.t. technieken;methoden;personeel] aannemen; gebruiken; toepassen; honoreren; gebruik maken van; [fig.] zijn toevlucht nemen tot; [een bep. beleid;politiek enz.] voeren; [maatregelen e.d.] nemen; in dienst nemen; aanwerven; engageren; inhuren; (3) opteren (voor); verkiezen (boven); prefereren; (eruit) pikken; pakken; kiezen
見立てる mitateru (1) uitkiezen; kiezen; een keuze maken; uitpikken; selecteren; (2) diagnosticeren; de diagnose stellen; diagnostisch vaststellen; constateren; (3) oordelen als; achten; keuren; (4) voorstellen als; vergelijken met; op een lijn stellen met; beschouwen als; houden voor; (5) uitgeleide doen; uitzwaaien; (6) letten op; zorgen voor
誤る;謬る ayamaru (1) een fout; vergissing; misstap; uitglijder begaan; een fout; vergissing maken; zich vergissen; zich verkijken; zich verrekenen; falen; [form.] dwalen; feilen; in de fout gaan; [Belg.N.] zich mispakken; [gall.] zich abuseren; (2) zich vergissen in ~; zich verkijken op ~; verkeerd; slecht doen aan; een verkeerd(e) ~ maken; de verkeerde ~ nemen; kiezen; (3) ~ op het verkeerde; slechte pad brengen; ~ de verkeerde weg doen opgaan; inslaan; ~ op het verkeerde spoor brengen
選 sen (1) keuze; selectie; (2) benoeming in een ambt; (a) kiezen; uitkiezen; (b) verkiezing
選び抜く erabinuku uitkiezen; kiezen; selecteren; uitpikken
選ぶ;択ぶ;撰ぶ erabu kiezen; uitkiezen; verkiezen
選る eru kiezen; keuren
選出する senshutsusuru kiezen; verkiezen; uitverkiezen; afvaardigen
選抜する senbatsusuru uitkiezen; uitzoeken; uitlezen; selecteren; uitverkiezen; uitpikken; verkiezen; kiezen; [bijb.] afzonderen
選択する sentakusuru kiezen; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; opteren; een keuze doen; maken; verkiezen