日蘭辭典+

14 resultaten voor 「つける」
日蘭辭典 (titelwoord)
tsukeru漬ける

t.w. (1) [水に] onderdompelen; in ’t water zetten. (2) [漬物にする] inmaken; inzouten; pekelen.

-tsukeruつける

i.w. gewend zijn; gewoon zijn. ¶ 行きつけた料理屋 het restaurant, waar men gewoonlijk naar toe gaat. ¶ 歩きつけない道 een weg, dien men nog niet kent.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

日蘭辭典 (trefwoord)
rikutsu理窟
(理屈) zn. (1) [議論] redenering v.; argument o. (2) [道理] reden v. (3) [理論] theorie v. (4) [口實] voorwendsel o. (5) [屁理窟] spitsvondigheid v. ¶ 理窟が立つ gemotiveerd zijn; in de rede liggen. ¶ 理窟をつける een reden vinden. ¶ 理窟攻めにする met argumenten aanvallen.
hyōshi表紙
zn. boekband m.; boekomslag m. ¶ 表紙を附ける inbinden. ¶ 革表紙の in leder gebonden boek; boek met leeren band.
fūmi風味
zn. smaak m.; geur m. ¶ 結構な風味 lekkere smaak. ¶ 薄荷の風味がする het smaakt naar pepermunt; het ruikt naar pepermunt. ¶ に風味を附ける kruiden; een smaak geven aan. ¶ 風味よき smakelijk; lekker; pittig. ¶ 風味なき smakeloos; flauw; laf.
fuchi
(縁) zn. (1) [] kant m. rand (、際、崖) m. (2) [額、枠] lijst v. ¶ 一枚の boordevol. ¶ 附ける in een lijst zetten. ¶ 頁の marge; kantlijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <つける>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
付ける;附ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [ばたー;くりーむ;じゃむを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷;跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意;目を] vestigen op; [犯人;車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符;こめんと;注文を] plaatsen; zetten; [名;味を] geven; [実;利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
尾ける tsukeru schaduwen; (op korte afstand) volgen; achtervolgen; achternazitten; nazitten; najagen
浸ける tsukeru dopen; indopen; dippen; soppen; drenken; dompelen; indompelen; [i.h.b.] weken
漬ける tsukeru inmaken; inleggen; [まりねーどに] marineren; [in de pekel;op sterkwater enz.] zetten
点ける tsukeru aandoen; aansteken; ontsteken; [火を] aanmaken; maken; [電灯を] doen branden; [たばこに火を] opsteken; [らじおを] aanzetten; laten spelen; [がすを] het gas aansteken; de gaskraan opendraaien
着ける tsukeru (1) aanleggen; [scheepv.] (af)meren; (aan de wal) vastleggen; vastmaken; stilhouden; stoppen; parkeren; [aan de kant enz.] zetten; [i.h.b.] voorrijden (tot aan ~); (2) doen raken; ertegenaan brengen; in aanraking brengen met; [de eerste hand enz.] leggen aan; (3) [iem. in een bep. positie] brengen; plaatsen; zetten; doen zitten; doen plaatsnemen; zitting doen nemen in; (4) aantrekken; aandoen; zich [in het zwart enz.] steken; zich kleden; [een lint in het haar enz.] steken; [een broche enz.] opsteken; [m.b.t. masker] opzetten; aanbrengen; (5) zich eigen maken; zich verwerven; aanleren
突ける;衝ける;撞ける tsukeru (1) kunnen steken; kunnen prikken; kunnen priemen; kunnen spietsen; (2) kunnen porren; kunnen poken; kunnen stompen; kunnen aanstoten; kunnen duwen; [inform.] kunnen douwen; kunnen stoten; kunnen rammen; een stoot; por; zet; tik; klopje kunnen geven; [m.b.t. zegel] kunnen drukken; [m.b.t. bal] kunnen tikken; [m.b.t. biljartbal] kunnen stoten; [een pluimpje;klok enz.] kunnen slaan; (3) kunnen zetten; kunnen plaatsen; kunnen planten; [krukken enz.] kunnen gebruiken; [op de knieën] kunnen vallen [m.b.t. dunne;langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) kunnen aanvallen; kunnen belagen; [de geringste redeneerfout enz.] kunnen aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] kunnen treffen; [iem. in zijn zwak enz.] kunnen tasten; [op de kern van de zaak enz.] kunnen slaan; (5) [alle weer;de elementen enz.] kunnen trotseren; het hoofd kunnen bieden; kunnen braveren; kunnen tarten; (6) [de neus enz.] kunnen prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] kunnen slaan; kunnen snerpen (in); [door de ziel enz.] kunnen snijden; [iem. in zijn hart enz.] kunnen raken; kunnen treffen; diep kunnen schokken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.27 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'つける'). 
2005-2026